De schaduw van de liefde: Rouw Rouw lijkt de schaduw van de liefde. Dat wat betekenisvol wordt, brengt kwetsbaarheid voor verlies. De liefde vol toelaten vraagt te leren lopen met die schaduw. Een schaduw waar we ons niet graag bevinden. Steeds vaker ontmoet ik cliënten die kijken naar liefdesrelaties en direct de rouw zien die onvermijdelijk onderdeel is van eventuele hechting. En wat me opvalt is dat ze andere vragen aan me stellen dan voorheen. Is de liefde de angst voor het verlies waard? Hoe draag ik de angst zonder te verstijven? Durf ik de liefde nog toe te laten? Mijn observaties zijn uiteraard niet los van mijn lens en laten me zien waar ik zelf een uitdaging zou kunnen hebben in mijn huidige leven. Alsof ik via de cliënt en de cliënt via mij in een onderzoek stap naar eenzelfde vraag. Met andere vertrekpunten. Wat kom ik tegen? Cliënten die kiezen om het niet meer aan te gaan. Angst voor de onvermijdelijke pijn. Desillusie. Machteloosheid. Ik zie mensen hun afstand tot liefde managen om zichzelf veilig te houden. Ik zie mezelf mijn afstand tot een ander managen om mijn eigen rouw niet zelf te creëren. Ik heb het geluk veel lief gehad te hebben in mijn leven en ik ken zo ook de rouw al van behoorlijk dichtbij. Ik draag haar altijd bij me, al dan niet zichtbaar voor iedereen. Ik en velen met mij leren haar verbergen. Zichtbaar zijn in kwetsbaarheid roept verschillende gedragingen, projecties en oordelen op in ons menszijn. We lijken veel alleen te rouwen. Verbergen ons, in contact met anderen, achter de maskers die de wereld van ons vroeg. Achter eigenschappen of patronen die we hebben ontwikkeld. Capabel. Expressief. Vriendelijk. Grappig. Slim. Perfect. Keurig. Braaf. Goed. Zorgvuldig. Blij. Luchtig. Diep. Een ander dienen is een goede verstopplek. Mijn rouw is dit keer rauw. Hoe meer ik haar achterhoud, hoe groter ze wordt. Ze dwingt me op mijn knieën en laat me huilen als een banshee. Ik wil ervan overgeven terwijl het door me heen raast en alles in mij wil naar de aarde toe. En daarin zichtbaar zijn gaat bij mij hand in hand met schaamte. Ik ‘sterf’ zelf in mijn rouw. Ze heeft een heel eigen leven. Ze leert me delen van mijn menselijkheid kennen die ik eerder niet meer zag. Mijn rouw is dit keer behoorlijk zichtbaar. Het is niet mooi of netjes, stil of elegant. Er zijn vele gedaantes van rouw. Stille, tedere rouw. Verlammend verdriet. Een zwijgend verdwijnen. Een traan die blinkt in een ooghoek. Vaak leeft ze onuitgesproken onder de oppervlakte, zonder dat we het doorhebben. Wellicht ontmoeten cliënten soms hun eigen rouw voor het eerst in andermans ogen. Ik begrijp dus wel dat er angst is voor deze schaduw. En ik creëer plek. Plek om te zijn met wat er is. Om te ontvouwen. Om mezelf te ontmoeten. Wat ik weiger te ervaren, heeft namelijk toch de neiging op mijn deur te blijven kloppen. Voor ik het weet kan ik zomaar doorschieten en gaan geloven dat ik zonder liefde wil leven, kan leven. Neem ik afstand in relaties. En kan ik zogezegd blind worden voor mijn eigen menselijkheid en behoeften. Wanneer ik laat zien waar en wie ik werkelijk ben, ontstaat de mogelijkheid dat ik daar word ontmoet. Samen rouwen kan draagkracht geven. En de onthulling maakt meer intimiteit met mezelf en anderen mogelijk. Ook als de ontmoeting een verschil kenbaar maakt: ik houd van je en wil of kan je daar, zo, niet ontmoeten. Dus ik loop in het donker en het licht, en na een vol rondje te lopen, land ik thuis, bij mezelf. Zittend op mijn balkon ontvouw ik dan mijn handen en kijk naar wat ik ontvangen heb. In de liefde zit de rouw en in de rouw zit de liefde. Ik zou het weer doen. Mijn menselijkheid is en blijft mijn grootste schat. En dan roept alweer zachtjes een volgende vraag: Misschien is de angst dan wel het voorportaal van de liefde? Hoe stap je dan schoorvoetend en schoon weer naar voren, schaamte in de hand?